Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Exploitatiebegroting 2016-2019

 

realisatie
2015

 

2016

 

2017

 

2018

 

2019

BATEN

         

Rijksbijdragen

477.870

 

474.200

 

469.700

 

465.900

 

461.700

Overige subsidies

9.006

 

8.100

 

9.000

 

11.200

 

11.500

Collegegeld

-

 

-

 

-

 

-

 

-

Overige baten

28.015

 

20.400

 

16.500

 

16.300

 

16.000

Totale baten

514.891

 

502.700

 

495.200

 

493.400

 

489.200

LASTEN

         

Personeelslasten

406.759

 

408.900

 

403.500

 

398.800

 

393.700

Afschrijvingen

17.549

 

20.500

 

22.000

 

23.900

 

24.100

Huisvestingslasten

22.321

 

23.200

 

22.800

 

22.300

 

22.300

Overige lasten

51.302

 

52.700

 

51.500

 

50.800

 

50.100

Totale lasten

497.931

 

505.300

 

499.800

 

495.800

 

490.200

SALDO BATEN EN LASTEN

  

2.600-

 

4.600-

 

2.400-

 

1.000-

          

Financiële baten en lasten

440-

 

1.500-

 

2.400-

 

2.300-

 

2.500-

SALDO FINANCIËLE BATEN EN LASTEN

440-

 

1.500-

 

2.400-

 

2.300-

 

2.500-

          

BEGROTINGSRESULTAAT

16.520

 

4.100-

 

7.000-

 

4.700-

 

3.500-

          

Uitgaven ten laste van bestemmingsfondsen

393

 

400

 

300

 

300

 

200

BEGROTINGSRESULTAAT GEWONE BEDRIJFSVOERING

16.913

 

3.700-

 

6.700-

 

4.400-

 

3.300-

Tabel 8: Exploitatiebegroting 2016-2019 (bedragen x 1.000 euro)

Hierboven is de geconsolideerde begroting over de periode 2016-2019 weergegeven. De negatieve begrotingsresultaten komen voort uit de extra middelen uit het Herfstakkoord in 2013, die in de komende jaren ingezet worden ten behoeve van het onderwijs.

Leerlingaantallen en personeel

Grafiek 15: Verloop aantal leerlingen

Het aantal leerlingen zal naar verwachting licht stijgen in 2016, waarna een dalende tendens te zien zal zijn. De daling is in lijn met een daling van het aantal voortgezet onderwijsleerlingen in Noord-Brabant, in navolging van het primair onderwijs. Door de terugloop van het aantal leerlingen zijn er in de komende jaren minder leraren nodig. In de komende jaren bereiken echter een groter aantal leraren de pensioengerechtigde leeftijd. Hierdoor zullen de komende jaren nieuwe docenten moeten worden aangetrokken.

De ontwikkeling van het aantal leerlingen wijkt af per onderwijsregio. Om die reden is per regio het toekomstig aantal leerlingen tot en met 2028 inzichtelijk gemaakt. Tijdens de gesprekken over de meerjarenbegrotingen van de scholen komt dit thema steevast aan de orde bij de betreffende scholen. In de paragraaf over ‘demografische ontwikkelingen en onderwijsaanbod op fietsafstand’ wordt nader op dit thema ingegaan.

 

realisatie
2015

 

2016

 

2017

 

2018

 

2019

Directie

142

 

139

 

136

 

133

 

128

OOP Overig

882

 

876

 

868

 

867

 

857

Overhead

1.024

 

1.015

 

1.004

 

1.000

 

985

          

Onderwijzend personeel

4.088

 

4.031

 

3.954

 

3.892

 

3.826

Onderwijs ondersteunend personeel (primair proces)

398

 

415

 

406

 

402

 

397

Onderwijs proces

4.486

 

4.446

 

4.360

 

4.294

 

4.223

Totaal

5.510

 

5.461

 

5.364

 

5.294

 

5.208

    Tabel 9: Gemiddeld aantal fte’s in 2016-2019

    De omvang van de formatie zal in de komende begrotingsjaren verder afnemen. Hierbij daalt het aantal fte overhead relatief minder sterk dan het aantal fte onderwijsproces.

    Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem
    Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs bestaat uit verschillende scholen verspreid over de provincie Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt is de manier waarop binnen de organisatie wordt gewerkt; volgens het principe van ‘alles decentraal, tenzij’. Hoe dit principe in de praktijk werkt is in het verleden treffend verwoord door Paul Rosenmöller, als voorzitter van de VO-raad, na een bezoek aan een van de OMO-scholen:

    “Bij een eerder bezoek aan een van de scholen van OMO in Den Bosch viel me op dat geen van de scholieren, docenten of leidinggevenden iets zei over deze grootschaligheid. De filosofie van het bestuur ‘wij zijn grootschalig georganiseerd en kleinschalig vormgegeven’ wordt in de praktijk waargemaakt. De scholen kennen een grote mate van vrijheid in de vormgeving van het onderwijs ter plekke. De identiteit van de scholen staat voorop, niet het bestuurlijke OMO-verband. Binnen dit OMO-verband bestaat dan ook een grote mate van diversiteit en variëteit. En ouders en leerlingen lijken zich lang niet altijd bewust van het feit dat hun school behoort tot deze grote vereniging.

    (Rosenmöller, 2014)

    Deze besturingsfilosofie zorgt samen met het over Noord-Brabant verspreide onderwijsaanbod voor een spreiding van de risico’s die de organisatie loopt.

    Hiernaast kent de vereniging een uitgebreid instrumentarium voor de (risico)beheersing van de organisatie:

    • Meerjarige strategiebepaling op het niveau van de vereniging, vertaald naar een jaarlijks werkprogramma op schoolniveau.

    • Een governance structuur, waarbinnen:

      • de belangrijkste onderwerpen op het gebied van onderwijs, personeel, huisvesting en financiën worden besproken met alle schoolleiders, de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, de auditcommissie van de raad van toezicht, de raad van toezicht en de ledenraad. Elke afzonderlijke schoolleiding legt daarnaast ook verantwoording af aan de eigen medezeggenschapsraad en de raad van advies van de school;

      • de vergaderplanning met deze geledingen is geborgd in de planning- en controlcyclus.

    • Periodiek wordt eveneens gekeken naar:

      • ontwikkelingen in het onderwijs;

      • de meerjarige financiële (balans)positie en het aan te houden weerstandsvermogen voor het opvangen van risico’s;

      • de ontwikkeling van de meerjarige leerlingenontwikkeling per onderwijstype in relatie tot het totale onderwijsaanbod per regio.

    • Vastlegging van de administratieve organisatie en interne processen.

    • Een uitgebreide planning- en controlcyclus, die onder andere bestaat uit:

      • meerjarige leerlingenprognoses per school;

      • meerjarige begrotingen per school, waarbinnen de belangrijkste risico’s zijn benoemd;

      • meerjarige investeringsbegroting;

      • meerjarige liquiditeitsplanning, die periodiek wordt geactualiseerd;

      • periodieke verantwoording door alle scholen over de onderwijskundige, personele en financiële ontwikkelingen;

      • periodieke bijstelling van de meerjarige lumpsum budgetten op basis van de landelijke ontwikkelingen;

      • het jaarverslag.

    Daarnaast is de vereniging gestart met een eerste inventarisatie van de frauderisico’s binnen de financiële processen en het opstellen van een frauderisicoanalyse. Deze analyse dient in 2016 nader te worden uitgewerkt.

    pagina opties

    Mijn OMO verslag (0)